Clara (72) en Sjaak Sies (83) zijn de oprichters van de Voedselbank in Nederland. Hun levensverhaal begint niet met succes, maar met schulden en schaamte. Voordat ze tienduizenden gezinnen gingen helpen, stonden ze zelf aan de rand van een financiële afgrond.
“In de jaren zeventig begonnen we in Rotterdam onze kledingwinkel Don Quichotte. Het ging goed – in ons beste jaar haalden we een omzet van een half miljoen gulden. Maar na dertien jaar sloeg het noodlot toe. Een tweede filiaal liep slecht, de inkomsten stortten in en we bleven achter met torenhoge schulden. Leveranciers, verhuurders, het energiebedrijf en de belastingdienst klopten allemaal aan. Op een dag moesten we kiezen: gas of licht afsluiten. We kozen voor licht, zodat we nog konden koken.
We schaamden ons dood.
We schaamden ons dood. Op de verjaardag van onze zoon zaten we met visite in een donker huis, verlicht door waxinelichtjes. Mensen vonden het ingenieus, maar wij schaamden ons kapot. De schulden groeiden, en we schreven wanhopige brieven aan de gemeente, het energiebedrijf en de minister van Economische Zaken. Tot onze opluchting kregen we uiteindelijk hulp: bijna alle schulden werden kwijtgescholden, behalve die aan de belastingdienst. Jarenlang stopten we elke maand 250 gulden in een envelop en brachten die naar het belastingkantoor. Tot het een slapende schuld werd, die alleen moest worden afbetaald zodra we de loterij zouden winnen. Dat is nooit gebeurd.
Op een gegeven moment wilden we graag weer aan de slag, maar we kregen bij het arbeidsbureau nul op het rekest. „Als je dan zo nodig je handen wilt laten wapperen, ga dan vrijwilligerswerk doen”, klonk het keihard.
We voelden ons maatschappelijk mislukt. Maar die opmerking over dat vrijwilligerswerk raakte ons wel. Wij wilden iets terugdoen voor onze uitkering. Samen met een compagnon heb ik Stichting MinusPlus opgericht: ook een goed leven voor mensen die het wat minder hebben.
Ze sliepen op matjes op de grond.
We zullen het nooit vergeten: we kregen een tip. Een moeder met twee jonge kinderen op straat, bedelend, om brood te kunnen kopen. Ga eens bij ze thuis kijken, werd ons gevraagd. Wat we daar aantroffen, brak ons hart. Eenmaal binnen in een kleine portiekwoning wisten we niet wat we zagen. Er was geen koelkast, geen verwarming, geen bedden. Helemaal niets. Ze sliepen op matjes op de grond.
Tijdens een bezoek aan België leerden we het concept van de voedselbank kennen. Dat wilden we ook in Nederland opzetten. Zo werd MinusPlus de eerste Voedselbank Nederland. Aanvankelijk werkten we vanuit een leegstaand huis in Rotterdam, later vanuit een oude kas. Met een oranje-witte bus, geschonken door een andere organisatie, reden we rond om pakketten te bezorgen met brood, groenten, fruit, koffie en wat lekkers voor de kinderen.
Toen de media ons verhaal oppikten, ging het snel. In het Rotterdams Nieuwsblad verschenen we met een schoenendoos vol eten uit onze koelkast. Daarna kwamen we op televisie bij Netwerk en Het elfde uur. Supermarkten en producenten begonnen voedsel te doneren, en de gemeente stelde een loods beschikbaar. Zo groeide de Voedselbank uit tot de grootste voedselhulporganisatie van Nederland.
We werden geridderd door koningin Beatrix en ontvingen zelfs de Martin Luther King Lifetime Achievement Award. Toch bleven we bescheiden – de onderscheidingen liggen op zolder. De Voedselbank vroeg veel van ons; we werkten zestig uur per week en hadden weinig tijd voor ons gezin. Daar hebben we later over gepraat en vergeving voor gevraagd.
Vandaag telt de Voedselbank 170 vestigingen, 12.000 vrijwilligers en 40.000 gezinnen die geholpen worden. In 2015 trokken we ons terug: het werd te bureaucratisch, terwijl wij juist met mensen wilden werken.
We leven nu eenvoudig van onze AOW, in ons huisje in Rotterdam-Vreewijk. We kunnen onze boodschappen betalen en hebben een autootje voor de deur. Meer hebben we niet nodig. Het is goed zo.”
Meer weten over Sjaak en Clara Sies?
Kijk op: www.kruimelsenbrood.nl