Gerhard Scholte is emeritus predikant, jarenlang verbonden aan onder meer de Keizersgrachtkerk in Amsterdam. Samen met deze gemeente zette hij zich in voor hulp aan uitgeprocedeerde asielzoekers en steunde hij de activiteiten van de kerk voor de LHBTIQ-gemeenschap, zoals de eerste Gay Pride-dienst in de kerk. Ook vandaag de dag draagt hij met overtuiging initiatieven en organisaties die zich inzetten voor rechtvaardigheid een warm hart toe.
Waar komt jouw gevoel van rechtvaardigheid vandaan?
Mijn gevoel voor rechtvaardigheid gaat terug naar mijn jeugd. De broers van mijn moeder werkten toen allemaal nog als knecht bij een herenboer. Die herenboeren waren stinkend rijk, terwijl de knechten stukwerk deden. Op verjaardagen hoorde ik mijn ooms altijd woedend vertellen over het onrecht dat daar plaatsvond. In die tijd is bij mij die wrok en woede tegen onrecht ontstaan. Ik zeg altijd lachend dat ik toen een soort ‘gereformeerde communist’ ben geworden.
Waarom ben je ooit predikant geworden?
Mijn keuze om predikant te worden komt voort uit mijn liefde voor de Bijbelse verhalen en betekenis. Ik wilde de Bijbel niet alleen lezen, maar begrijpen — zelf vertalen, woord voor woord. In groepen lezen we samen, onderzoeken en bevragen we wat er werkelijk in de teksten staat. Dat proces was voor mij een openbaring. Het geeft je vaak een heel ander perspectief op wat er toen gebeurde — en op wat dat nu nog betekent.
Wat is jouw drijfveer?
Geloof gaat over gerechtigheid en rechtvaardigheid. Het is mijn drijfveer, mijn kompas — het heeft bepaald wie ik nu ben. Ik was vroeger een heel verlegen, bang jongetje. De Bijbel was voor mij enorme bevrijding in de brede zin van het woord. Voor mijn hele persoonlijke ontwikkeling. Zonder de bijbel zou ik niet gekomen zijn waar ik nu ben. Ik put er nog steeds kracht en inspiratie uit.
Ik ben soort ‘gereformeerde communist’ geworden.
Geloof vertaal ik steevast met vertrouwen. Het feit dat Jezus alles op straat deed, zoals mensen behandelen, brood breken, de Thora bespreken. Hij deed alles op straat, in de viezigheid. Tegen de regels in. Dat heeft mij het vertrouwen gegeven dat die weg werkt. Ik kies graag partij vóór de verschoppelingen en tégen de machthebbers. Dat zie je Jezus in de verhalen ook doen.
Ik zeg het altijd met ‘kijken, zien en voelen’. Ik lees bijvoorbeeld iets in de krant over onrecht en denk: “dit kan echt niet!”. Dat raakt me diep vanbinnen — letterlijk in mijn onderbuik. Daar, in dat menselijke gevoel, gebeurt het voor mij. Dan wil ik in beweging komen. En dan ga ik met mensen overleggen over wat we kunnen doen. Vaak word ik gevraagd om ergens aan deel te nemen of bij aan te sluiten.
Hoe geef jij vorm aan de behoefte op te staan tegen onrecht?
Elke week sluit ik mij – samen met mijn partner Elske – aan bij de Stilte-demo op het Spui van Gate48, een organisatie van in ons land wonende kritische en antizionistische Israëliërs en Joden. Ik ben zoals velen uitgenodigd met hen mee te demonstreren. In stilte. Dat vind ik erg mooi. In stilte kan het gevoel goed loskomen.
Verder zijn Elske en ik begin dit jaar bijna vier weken naar de Westbank geweest om te helpen op een boerderij van Tent of Nations. Palen in de grond slaan, olijfbomen snoeien en water geven. Maar we zijn er vooral als menselijk schild. De boerderij wordt steeds meer bezet door settlers. De settlementszijn inmiddels echt grote, volgroeide steden. Vol water, zwembaden en elektriciteit. Terwijl op de boerderij nauwelijks water en elektriciteit is. De familie wordt steeds vaker bedreigd. Maar als de settlers op hun terrein komen, mag je niks doen. Je moet heel rustig blijven en ze vriendelijk vragen of ze weg willen gaan. Niet kwaad worden. Dat stuk vind ik erg moeilijk, mijn woede niet laten zien.
Dan is het toch weer de kunst om je woede om te zetten naar een redelijk verhaal en de taal te vinden om mensen aan te spreken.
Hoe ga je om met die boosheid?
Ik maak mij dagelijks woedend over wat bijvoorbeeld Israël nu weer aan het doen is, dankzij het wegkijken van kerken en regeringen. Dan is het toch weer de kunst om je woede om te zetten naar een redelijk verhaal en de taal te vinden om mensen aan te spreken. Maar dat is een kunst, die ik soms slecht beheers. Omdat ik toch veel boosheid voel. Maar het is een goeie les, want woede helpt ook niet.
Maar ik worstel soms wel met mijn woede. Ik kan ook kritisch zijn op de PKN (Protestantse Kerk Nederland). Ze spreken zich niet duidelijk uit tegen het beleid in Israël. Dat heeft te maken met de verrechtsing in de kerk. Grote steun voor de pro-Israël beweging ‘Christenen voor Israël’. Net als in Amerika. Maar de kerken moeten om. Ze moeten zien dat dit tegen Jezus ingaat. Ik vind het vloeken in de kerk. En daarom haal ik steeds weer de teksten uit de Bijbel erbij en zeg dan: “lees en zeg wat je ervan vindt.”
Voelt het nooit hopeloos?
Natuurlijk voelt het soms hopeloos. Maar iets doen, helpt tegen hopeloosheid. Zoals angst versterkt als je blijft zitten. En het wordt pas echt hopeloos als je cynisch wordt. Maar iets doen heeft altijd zin. Protesteren heeft zin. De straat opgaan helpt… in gezamenlijkheid voor de menselijkheid en tegen het cynisme. Ik zoek geen harde tegenstellingen, maar kansen voor ontmoeting en dialoog. Niets doen is voor mij geen optie. In geloof voel ik een roeping om hoopvol te blijven, vol te houden, en steeds weer verbinding te maken met mensen van wie recht en waardigheid worden ontzegd.
Foto: ©Denise Kuenen